Strabisme of scheelzien

Wat is scheelzien?

Scheelzien is een visuele afwijking. Ze wordt gekenmerkt door een afwijking in de uitlijning van de ogen en door de blik die in verschillende richtingen gericht is. Deze niet-uitlijning kan zich soms uiten (met tussenpozen) of continu. Scheelzien wordt ingedeeld volgens de richting van de afwijking. Indien één oog recht vooruit kijkt, kan het andere naar binnen (ésotropie), naar buiten (exotropie), naar beneden (hypotropie) of naar boven kijken (hypertropie).

scheelzien


                      
Scheelzien komt voor bij ongeveer 2% van de kinderen onder de 3 jaar. Bij oudere kinderen en jonge volwassenen is dit ongeveer 3%. Meisjes en jongens kunnen op dezelfde manier getroffen worden. Een normale uitlijning van beide ogen tijdens de kindertijd zorgt ervoor dat de hersenen twee beelden samen kunnen brengen in één tri-dimensionaal beeld. Zo bekomen we waarneming van diepte in het beeld. Bij sommige kinderen slagen beide ogen er niet in om zich op hetzelfde beeld te fixeren. De hersenen kunnen dan leren om het sterkste beeld te erkennen en het zwakste beeld te negeren. Dit vermijdt een dubbel beeld.

Indien dit fenomeen permanent wordt, zal het oog dat door de hersenen genegeerd wordt, nooit correct zien. Dit zichtverlies wordt amblyopie genoemd. Amblyopie is het gevolg van het zicht van één oog dat steeds genegeerd wordt en van het andere oog dat dominant wordt. Van de kinderen die getroffen worden door scheelzien, ontwikkeld een derde amblyopie.

Als scheelzien zich pas op volwassen leeftijd ontwikkelt, zal de getroffen persoon dubbel zien. De hersenen van volwassenen zijn immers al ontwikkeld voor het zicht. Dit betekent dat problemen gelinkt aan amblyopie, d.w.z. dat de hersenen signalen van het oog negeert, zich niet uiten bij volwassenen die scheelzien.

Wat is de oorzaak van scheelzien?

De precieze oorzaak van de afwijking van de uitlijning van het oog die leidt tot scheelzien is niet goed begrepen. Daarentegen komt scheelzien vaker voor in families die een voorgeschiedenis van scheelzien hebben.
Zes spieren controleren de bewegingen van het oog en zijn vastgemaakt aan de achterkant van elk oog. Om beide ogen naar één enkel doel te fixeren moeten alle spieren simultaan werken met de corresponderende spieren van het andere oog. De hersenen coördoneren de oogspieren. Het is belangrijk om te begrijpen dat het algemeen niet gaat over een oog dat afwijkt, maar eerder dat beide ogen een afwijking hebben in de uitlijning tegenover elkaar. Beide ogen zijn afwijkend, zelfs als één oog de “schuldige” kan lijken.

Scheelzien op volwassen leeftijd kan veroorzaakt worden door letsels aan de oogkas of aan de zenuwen die de oogspieren controleren. Het kan ook veroorzaakt worden door problemen aan de hersenen, bijvoorbeeld in het gebied dat visuele signalen behandelt, of door letsels aan de schedel en apoplexies. Personen die lijden aan diabetes hebben dikwijls een verlies van bloedcirculatie, wat eveneens kan lijden tot scheelzien door verlamming van de waarneming. Afwijking van dit oog zal algemeen leiden tot zichtsverlies naar buiten toe, wat weinig invloed heeft tot dit gezichtsverlies.
Scheelzien kan bepaalde bijkomende kenmerken hebben, zoals een verhoogde arteriële druk, sclérose en plaque of problemen met de thyroïde.

Signalen en symptomen

Pasgeborenen vertonen dikwijls een zichtsafwijking omdat hun zicht nog niet voldoende ontwikkeld is. Dit verdwijnt als het kind opgroeit. Echt scheelzien verdwijnt niet bij het opgroeien.
Scheelzien kan opgemerkt worden door een willekeurige waarnemer. Meestal is de eerste die het opmerkt een ouder van het kind, of een pediater bij een oftalmologisch onderzoek.

Symptomen van scheelzien zijn de volgende:

  • Ogen die niet uitgelijnd lijken te zijn
  • Ogen die niet simultaan lijken te bewegen
  • Dikwijls knipperen of scheel kijken, meer bepaald bij fel licht
  • Draaien van het hoofd om naar bepaalde objecten te kijken
  • Een verkeerde waarneming in de diepte
  • Dubbel zicht

Diagnose

Hoe stelt de dokter scheelzien vast? Hij zal de uitlijning van de ogen van uw kind beoordelen terwijl hij zoekt naar een teken van incoördinatie van de oogbewegingen. 
Bij baby’s of kinderen die niet volledig kunnen meewerken, zal de dokter de uitlijning van de ogen vergelijken door middel van een lichtweerkaatsing die wordt geprojecteerd op elk oog. Deze test kan echter geen onderbroken scheelzien aantonen, behalve als het scheelzien plaats vindt tijdens het onderzoek. 

Bij kinderen die in staat zijn om mee te werken kan men onderbroken scheelzien aantonen door gebruik te maken van het manoeuvre van afwisseling van de afdekking. Bij deze test focust het kind op een voorwerp en observeert de onderzoeker de gedragingen van elk oog van het kind terwijl het al dan niet afgedekt is. Bepaalde oftalmologen tonen zichtsproblemen aan met behulp van een speciale camera die kortstondige foto’s maakt van de ogen van het kind. Men kan de patiënt vragen om te kijken naar een reeks prisma’s om te bepalen hoe belangrijk de afwijking van de ogen is. De oogspieren zullen getest worden om de kracht van de extra-oculaire spieren te bepalen. Een volledig onderzoek van de ogen, inclusief onderzoek van het netvlies, is nodig om alle organische oorzaken uit te sluiten.

Er worden ook metingen gedaan om de best mogelijke correctie van het zicht te bekomen met behulp van een bril. Afhankelijk van de oorzaak van het scheelzien, kunnen bijkomende testen nodig zijn. Kinderen moeten van dichtbij geobserveerd worden tijdens hun kindertijd en tijdens de kleuterschool om eventuele problemen van de ogen te bepalen, meer bepaald als een familielid lijdt aan strabisme. Eens de diagnose is gesteld en de behandeling van start gaat, zal er verbetering optreden.

Behandeling

Het doel van de behandeling van scheelzien en het behoud van het zicht, corrigeren van de afwijking en herstellen van het driedimensionaal zicht. De behandelingen variëren in functie van de soort en de oorzaak van het scheelzien. Indien scheelzien amblyopie veroorzaakt bij uw kind, bestaat de behandeling in eerste instantie uit het herstellen van het normaal zicht van het “luie” oog. Correctieglazen kunnen helpen. Dikwijls wordt een kleefverband gebruikt om het dominante oog af te dekken, zodat het kind verplicht wordt om het zwakke oog te gebruiken. Ook oogdruppels kunnen ingezet worden om tijdelijk het zicht van het dominante oog te vertroebelen.  Daarnaast schrijft men vaak oefeningen voor om specifieke oogspieren te versterken. Het kind dwingen om het zwakkere oog te gebruiken kan het zicht verbeteren en de verbindingen tussen het oog en de hersenen versterken. 

Soms blijkt een chirurgische ingreep ter hoogte van de oogspieren nodig, indien correctieglazen niet voldoende zijn om de ogen uit te lijnen. Het is belangrijk om te begrijpen dat chirurgie voor scheelzien het probleem van amblyopie niet oplost. De meerderheid van de kinderen die lijden aan scheelzien zullen uiteindelijk moeten geopereerd worden om de ogen beter uit te lijnen.
Deze korte chirurgische ingreep wordt doorgaans uitgevoerd onder algemene verdoving. De oogspieren worden herschikt als de verslapping van de spieren nodig is, en de oogspieren worden gegroepeerd als versterking van de spieren nodig is.
Bij de herschikking van een oogspier wordt één van de zes spieren die vastgehecht zijn aan het oog, losgemaakt en verder van het oog terug vastgemaakt. Dit zal een verslapping veroorzaken. Welke oogspieren herschikt worden tijdens de ingreep, hangt af van de richting waaruit het oog draait. Tijdens de ingreep wordt het oog nooit verwijderd!

De herstelperiode is zeer kort en over het algemeen kan de patiënt zijn normale activiteiten enkele dagen na de ingreep terug opnemen. Over- of ondercorrectie kan voorkomen en een extra ingreep kan nodig zijn. Zoals bij elke chirurgische ingreep houdt ook chirurgie van de oogspieren bepaalde risico’s in: infecties, bloedingen, extreme littekenvorming en andere complicaties die kunnen leiden tot zichtsverlies.

In bepaalde gevallen kan chirurgie vermeden worden door een relatief nieuwe techniek die bestaat uit de inspuiting van een product in één of meerdere spieren om tijdelijk de spieren te verlammen (toxine botulinique of botox). Als een spier ontspannen is, kan de tegenovergestelde spier zich versterken, en zo de uitlijning van het oog wijzigen. Zelfs indien het effect van het product vervaagt kan de tegenovergestelde spier zich versterken en behaalt men zo een permanente correctie.

Wenst u meer informatie of wilt u meteen een afspraak maken?

Contacteer ons of bel 0032 (0)2 741 69 99