Keratoconus en cornea

1. Wat is Keratoconus 
2. Oorzaken
3. Behandelingen
4. Vorming en symptonen van Keratoconus
5. Diagnose.

1. Wat is Keratoconus

Keratoconus

Keratoconus is een kegelvormige vervorming van het hoornvlies van ongekende oorsprong.
Het onderste deel van het hoornvlies puilt kenmerkend uit, waardoor de oogbol puntig in plaats van bol lijkt. Deze onregelmatige vervorming van het hoornvlies komt dikwijls tot uiting tijdens de adolescentie en wordt geleidelijk aan erger.

Keratoconus gaat meestal gepaard met vermindering van de gezichtsscherpte.
In extreme gevallen kan het hoornvlies erg uitdunnen, wat in uitzonderlijke gevallen tot blindheid kan leiden. Hoewel meestal beide ogen getroffen worden, komt het toch voor dat slechts één oog aan de aandoening lijdt.

Hoe vaak keratoconus precies voorkomt is nog onzeker: uitgebreide studies tonen aan dat de aandoening 50 tot 230 op de 100.000 mensen aantast (dit komt neer op 0,01% tot 0,23%).

Frequentie

De aandoening verschijnt vaak op jonge leeftijd (10 à 20 jaar) en evolueert vooral sterk tijdens de puberteit. Tussen het 20e en 30e levensjaar neemt de evolutie geleidelijk aan af, om (meestal) te stagneren na de leeftijd van 30 jaar. De progressieve uitpuiling van het hoornvlies kan ook plots stoppen, dan spreekt men van een fruste keratoconus.

 

2. Oorzaken van Keratoconus

Een éénduidige oorzaak van keratoconus is nog niet gevonden.De oorzaak van keratoconus is nog niet achterhaald. In een beperkt aantal gevallen werd een gen mutatie aangetoond. Ook associaties werden beschreven met ander ziektes (zoals het Downsyndroom of ziektes van het bindweefsel) of een voorgeschiedenis van atopie (zoals astma en eczema). Uit recent onderzoek wordt steeds duidelijker dat frequent in de ogen wrijven bijdraagt tot het ontstaan of verder evolueren van keratoconus. Onderzoek schuift wel een aantal factoren naar voor die een rol kunnen spelen.

  • Erfelijkheid

Bij 7% van de keratoconuspatiënten lijdt minstens één familielid ook aan de aandoening.
En als één van beide ouders drager is van keratoconus, loopt minstens 10% van de kinderen het risico getroffen te worden door de aandoening.

  • Andere aandoeningen

Keratoconus kan samengaan met andere aandoeningen, zoals trisomie 21 of bepaalde afwijkingen die het bindweefsel aantasten, zoals de ziekte van Ehler-Danlos.
Er zou ook een verband bestaan met het veelvuldig wrijven in de ogen tijdens de jeugdjaren.
Keratoconus zou ook vaker voorkomen bij personen die een voorgeschiedenis hebben van atopie (eczema, astma).
Waarschijnlijk is er geen culturele, geografische of sociale aanleg voor keratoconus.
Of de aandoening meer vrouwen dan mannen treft wordt nog betwist.

3. Behandelingen 


Patiënten waar keratoconus bij vastgesteld werd, zullen eerst opgevolgd worden om na te gaan of er een evolutie is.
Bij patiënten onder de 20 jaar is de keratoconus meestal evolutief en wordt er vaak meteen over gegaan tot UV-crosslinking  zonder de evolutie af te wachten.

Niet chirurgische behandelingen

Bij patiënten met een keratoconus zijn er niet-chirurgische opties voor visuele revalisatie: dit kan gebeuren met een bril, maar omwille van de onregelmatige vervorming van het hoornvlies, geven brilglazen een slechte kwaliteit van het zicht.
Harde contactlenzen geven een beter zicht maar in veel gevallen ook intolerantie, daarom worden nu steeds vaker minisclerale contactlenzen aangepast. 
3 weken na de UV-crosslinking is het hoornvlies meestal voldoende hersteld en kunnen minisclerale contactlenzen aangepast worden.

Chirurgische behandelingen

In sommige gevallen worden deze contactlenzen niet goed verdragen. In dat geval wordt overgegaan naar chirurgische visuele rehabilitatie (zoals Instrastromale Corneale Ringsegmenten (ICRS), Topographie-Geleide-PRK behandeling (laser) & Phake implantlenzen). 

 

Wenst u meer informatie of wilt u meteen een afspraak maken?

Contacteer ons of bel 0032 (0)2 741 69 99

 

4. Vorming en symptonen van keratoconus

Keratoconus wordt meestal vastgesteld bij jongvolwassenen tussen de 10 en de 20 jaar wanneer ze op raadpleging komen met klachten van een visuele vervorming en een verstoord zicht. Dit kan gepaard gaan met lichtschuwheid (gevoeligheid aan licht) en lichtverstrooiing (verstrooiing of diffusie van licht in alle richtingen). Maar de evolutie van de keratoconus kan zich ook stabiliseren in eender welk stadium.

De vervorming verergert meestal tussen de leeftijd van 10 en 20 jaar, vertraagt tussen de leeftijd van 20 en 30 jaar en doet zich maar beperkt voor na het 30ste levensjaar.

In een verdergevorderd stadium kan het zichtsvermogen snel verminderen door het optreden van een mist. Hierbij wordt het hoornvlies ondoorzichtig door de vorming van littekens in het hoornvlies.
Er bestaan zeldzame gevallen waarbij de aandoening evolueert naar een Acute Keratoconus. Hierbij wordt het hoornvlies zo dun dat het endotheel (= binnenste membraan van het hoornvlies) kan  scheuren, met oedeem van de omringende weefsels als gevolg.


 

5. Diagnose 

De diagnose wordt gesteld aan de hand van verschillende onderzoeken. Het doel van die onderzoeken is om de onregelmatige vorm van de cornea aan te tonen. Er wordt nagekeken met welke brilsterkte de patiënt het best ziet (refractie en gezichtsscherpte), de krommingen van het hoornvlies worden opgemeten (keratometrie) en het hoornvlies wordt in kaart gebracht.

Met behulp van een topografie kan het onregelmatig astigmatisme worden gedocumenteerd. Een topografie van het hoornvlies is als een geografische kaart van een berg of land.
De groene gebieden zijn vlakker dan de oranje gebieden en het rode gedeelte is het steilst. Regelmatige follow-up bij de oogarts met topografie, laat toe om de progressie van de uitstulping (protrusie) op te volgen. In een verder stadium kan de keratoconus ook beoordeeld worden aan een spleetlamp. De oogarts evalueert de verdunning, de uitstulping van het hoornvlies en eventuele littekens.

Om een diagnose te stellen, moet de arts de drie karakteristieke veranderingen van de aandoening vaststellen: 

a) Onregelmatig astigmatisme/hoge hoornvlieskromming

Dit kan op verschillende manieren aangetoond worden: via retinoscopie, vie keratometria en via topografie van het hoornvlies.
Dankzij deze technieken brengt de arts de krommingen in het hoornvlies in kaart, net zoals men bijvoorbeeld de oneffenheden van een berg zou bestuderen. Dit resulteert in een grafische voorstelling van het hoornvlies.
De kaarten kunnen met elkaar vergeleken worden om een eventuele progressie van de keratoconus te documenteren.

b) Uitstulping

Het belangrijkste uiterlijk kenmerk van keratoconus is de ongewone uitstulping of protrusie van het hoornvlies. Dit kan via een spleetlamponderzoek vastgesteld worden.

c) Dunner hoornvlies en littekenvorming.

In een later stadium wordt het hoornvlies dunner met de verschijning van ondoorzichtige littekens. Ook hier kan dit via een spleetlamponderzoek vastgesteld worden.  

Wenst u meer informatie of wilt u meteen een afspraak maken?

Contacteer ons of bel 0032 (0)2 741 69 99